0229-540 996
AJAX progress indicator
Zoeken: (verwijder)
  • a

  • Aantrede
    Benaming voor de diepte van een traptrede. Bijvoorbeeld: de lengte van het gedeelte van je schoen dat op de traptrede past. Aantrede
  • Aardelektrode
    Diep in de grond aangebrachte metalen stang waarop de aarding van een elektrische installatie kan worden aangesloten; hierdoor is men niet langer afhankelijk van de loden waterleiding die daarvoor werd gebruikt. Loden waterleidingen mogen al jaren niet meer worden toegepast. Tegenwoordig wordt de aardleiding vastgemaakt aan de funderingswapening, die gekoppeld is aan de stalen wapening in de heipalen, om de nieuwe woning te aarden. Aantrede
  • Afschot
    De term waarmee het verloop wordt aangegeven in een horizontaal vlak (bijv. een plat dak, balkon of badkamervloer) tussen het hoogste en laagste punt, zodat water kan wegvloeien naar het punt waar het naartoe moet. Bijvoorbeeld een hemelwaterafvoer of doucheput. Afschot wordt uitgedrukt in mm per strekkende meter.
  • b

  • Bakgoot
    Rechthoekige goot van zink, koper of hout die rust op gootklossen. Foto Bakgoot
  • Balk-anker
    Metalen profiel waarmee een horizontale balk kan worden bevestigd aan een verticale muur; zowel muur als balk wordt hierdoor onbeweeglijk.
  • Balkkop
    Kop van een balk. De balkkop kan met profilering worden afgewerkt.
  • Betonlatei
    Stalen, stenen of houten draagbalk boven ramen en deuren. De uiteinden zijn opgelegd op het metselwerk naast de muuropening en daardoor wordt het gewicht van de boven de opening liggende constructie opgevangen.
  • Bodemafsluiting
    Laag van meestal waterdichte kunststof die op de grond wordt aangebracht in kruipruimtes om vochtdoorslag door de vloeren tegen te gaan.
  • Boeideel
    Verticale houten betimmering tegen een dakgoot of dakrand.
  • Bovendorpel
    Horizontaal onderdeel bovenaan raam- of deurkozijn, voorzien van sponning waarin de deur of het raam past en kan draaien of schuiven.
  • Bovenkwart
    Bovenste deel van een trap dat naar links of rechts 90 graden draait. Bovenkwart
  • Bovenlicht
    Raamdeel boven dichte deur, meestal aan buitengevel.
  • Bull Eye
    Boven de deur geplaatst ovalen raam.
  • c

  • Composiet
    Wordt gebruikt als vervanger voor hardsteen en is ook zeer geschikt materiaal om aanrechtbladen van te maken.
  • d

  • Dagmaat
    Binnenmaat van een raam- en/of deurkozijn.
  • Daklicht
    Raam(pje) dat in een dakvlak wordt aangebracht ter verlichting van ruimtes waarin geen daglicht toetreedt. Soms een Velux dakraam , maar kan ook met een stuk vlak glas worden gemaakt.
  • Darsdeur
    De darsdeur was vroeger de grote opening in een boerderijgevel waardoor de wagens (en later de tractor) naar binnen konden rijden. Tegenwoordig is de darsdeur alleen nog maar voor de sier aanwezig, veelal met een erachter geplaatste binnenpui. De ruimte tussen de darsdeur en de binnenpui wordt gebruikt als veranda. Darsdeur  Darsdeur
  • Dauwpunt
    Specifieke plek in een buitenmuur of een dak waar de in de lucht aanwezige waterdamp condenseert en als water neerslaat; belangrijk bij berekeningen voor het aanbrengen van isolatie.
  • Dilatatievoeg
    Doorlopende verticale voeg in metselwerk bestemd om krimpen en uitzetten van grotere muurdelen op te vangen.
  • Dorpel
    Horizontaal onderdeel van raam- of deurkozijn, voorzien van sponning(en) waarin de deur of het raam past en kan draaien of schuiven.
  • Draai kiepraam of deur
    Raam of deur dat aan twee zijden kan scharnieren, onderaan als kiepraam of deur en aan de zijstijl als klepraam of openslaande deur.
  • Draairaam
    Een raam dat scharnieren heeft aan 1 van de zijstijlen en daarmee naar binnen of naar buiten kan draaien.
  • e

  • Erfscheiding
    De scheidslijn tussen twee eigendommen op begane grondniveau, bijvoorbeeld een muur, schutting of heg. De erfscheiding wordt vastgelegd door het Kadaster.
  • f

  • Fluisterkast of suskast
    Ventilatiedeel in de gevel dat wel lucht maar geen geluid doorlaat.
  • Fundering
    Betonnen of gemetselde constructie op palen of op zand, waarop een bouwwerk is afgesteund zodat geen verzakking optreedt. Fundering
  • g

  • Gebint
    Een gebint of gebinte is een portaalvormige houten draagconstructie in een boerderij, die bestaat uit twee of meer stijlen of staanders die met elkaar verbonden zijn door één of twee horizontale gebintbalken.
  • Gootbeugel
    Deze ondersteunt de mastgoot. Gootbeugel
  • Gootklos
    Deze ondersteunt de bakgoot.   Gootklos Gootklos
  • Gording
    Horizontale houten of metalen balk die schuin rust op de dakspanten en waarop het dakbeschot met pannen of riet wordt aangebracht.
  • h

  • H.W.A.
    Hemelwaterafvoer; de regenpijp met zijn onderdelen.
  • Hanebalk
    De hanebalk is de horizontale balk vlak onder de nok van het dak, die deel uitmaakt van de dakspantconstructie.
  • Hangstijl
    De hangstijl is de verticale balk die de verbinding vormt tussen de horizontale hanebalk of trekplaten, en de samenkomst van de spantbenen in de nok.
  • Heien
    Het in de grond slaan met heistelling van houten , betonnen of stalen palen die dienen als basis van de fundering.
  • Hooiklamp
    Vroeger gebruikt als opslag voor hooi, tegenwoordig veelal voor de sier aanwezig. Soms is er een Bed&Breakfast in gemaakt. Hooiklamp
  • k

  • Kaakberg
    Een kaakberg is een vierkante aanbouw aan een woning. Waarbij de aanbouw de hoogte ingaat. De aanbouw kan mét en zonder etages worden opgebouwd. Het dak oogt veelal uit een hooiklamp dak.
  • Kalf(hout)
    Liggend houtprofiel in een pui dat het onderliggende raam- of deurwerk scheidt van het erboven liggende; wordt ook wel ‘tussendorpel’ genoemd.
  • Kilgoot
    Wanneer twee schuine dakdelen elkaar ontmoeten ontstaat een naar binnen vallende knik; in de naar binnen vallende knik wordt een goot geplaatst om het regenwater op te vangen en naar beneden te geleiden. Kilgoot
  • KilKeper
    Oplopende spant in een schuin dak tussen daknok en goot op plaatsen waar twee dakvlakken elkaar ontmoeten in een naar binnen vallende knik.
  • Kleef
    De schuifweerstand die bestaat als een houten of betonnen paal verticaal in de grond wordt getrild, geslagen of gegoten; de paal zit als het ware in de grond vastgekleefd en zakt niet verder.
  • Klinkstel of hartjessluiting
    Een ouderwetse sluiting op een buitendeur. Klinkstel
  • Koekoek
    Lichtvenster voor kelders.
  • Koeraam
    Een halfrond raam in de gevel van de boerderij, waar in de stal de koeien stonden.
  • Kop
    Breedte van een baksteen; tweemaal die breedte plus een voeg is altijd gelijk aan de lengte van de baksteen; dit om ‘in verband metselen’ mogelijk te maken.
  • Koppenmaat
    Dat is de maat die ontstaat als je stenen vermetselt; hoe kleiner de voeg tussen de stenen, des te kleiner de koppenmaat.
  • Kraal
    1ste: Afgerond uiteinde van de zinken daklijst boven een goot of overstek. 2de: Houtprofilering.
  • Kroongoot
    Hoekstuk van de dakgoot, in koninklijke stijl. Kroongoot
  • l

  • Lagenmaat
    De hoogte van een steen en de voeg samen geeft de lagenmaat.
  • Latei
    Stalen, stenen of houten draagbalk boven ramen en deuren. De uiteinden zijn opgelegd op het muurwerk naast de muuropening en daardoor wordt het gewicht van de boven de opening liggende constructie opgevangen.
  • Lekdorpel
    Onderdorpel van buiten kozijnen met een schuin aflopend en verbreed profiel om regenwater af te kunnen voeren.
  • Loket
    Loden stroken die in de voegen van een schoorsteen of dakkapel worden gemetseld en dan over de loodslabben worden geleid om het geheel waterdicht te maken.
  • Loodslabbe
    Tegen de schoorsteen gespijkerde loden strook die op de pannen wordt uitgeklopt waardoor kieren tussen dak en schoorsteen worden afgedekt.
  • Luchtspouw
    Gedeelte in de muur (binnen- en buitenblad) waar geen isolatie is aangebracht. Deze ruimte is bedoeld om de muur te ventileren door de open stootvoegen.
  • m

  • Maaiveld
    Het niveau van de straat of omliggende grond.
  • Makelaar
    In voor- en achtergevel geplaatste houten staander die beide windveren koppelt, sierlijk traditioneel element. Makelaar
  • Mastgoot
    Halfronde dakgoot die met beugels aan de gevel wordt bevestigd.
  • Melkmeisje
    Vaste, smalle raam partij met borstwering links en rechts naast dubbele openslaande deuren.
  • Metselprofiel
    Staander waaraan de metselaar zijn metseldraad spant zodat het metselwerk langs deze draad overal dezelfde hoogte krijgt. Metselprofiel
  • Metselverband
    Het metselwerk van de buitengevels kan op verschillende manieren worden uitgevoerd. De wijze waarop de stenen op elkaar worden gestapeld kan verschillen. Je hebt dus verschillende soorten metselverband.
  • Mortel
    Metselspecie bestaande uit een mengsel van zand, kalk en cement dat met water tot een smeuïge massa is gemaakt.
  • Muuranker
    Vroeger: zorgen voor een starre verbinding van de buitenmuur met de houten staanders aan de binnenzijde van de muur. Tegenwoordig: voor de sier. Muuranker
  • n

  • Negge
    Ruimte tussen voorkant gevel (metselwerk) en voorkant kozijn; kozijnen vallen bijna altijd binnen het muurwerk.
  • Neut
    Hardstenen, soms hardhouten of betonnen, onderkant van deur- of raamstijlen ter voorkoming van houtrot door lekkend water; wordt toegepast in natte ruimten en bij buitendeuren.
  • Niveau
    Het niveau van de straat of omliggende grond.
  • Nokgording
    Horizontale dakbalk die bovenin de schuine dakconstructie wordt aangebracht. Nokgording
  • o

  • Onderdorpel (hardsteen of hardhout)
    Horizontaal onderdeel onderaan raam- of deurkozijn. Onderdorpel
  • Onderkwart
    Onderste deel van een trap dat naar links of rechts 90 graden draait. Onderkwart
  • Opdekdeur
    Gedeeltelijk binnen en buiten de sponning vallende deur, waarvan het buitendeel over de sponningnaden heen valt; meestal toegepast in kantoorruimten en nieuwbouwprojecten.
  • Open Stootvoeg
    Verticale open ruimte tussen twee metselstenen in muurwerk; vaak in de onderste 40 cm. aangebracht waardoor de achterliggende spouw kan ventileren. (Men laat gewoon de specie weg bij het metselen).
  • Optrede
    De hoogte tussen twee opeenvolgende traptreden.
  • Overstek
    Gedeelte van een dak dat voorbij de gevel steekt. Overstek
  • p

  • Paalfundering
    Fundering die wordt toegepast als de ondergrond niet stevig genoeg is om het gewicht van het bouwwerk te dragen. De palen hangen ‘op kleef’ of staan op een dieper gelegen vaste laag.
  • Pannenspiegel
    Uitsparing in rieten dak, bedekt met dakpannen. Pannenspiegel
  • Penant
    Verzwaring of een uitspringende kolom in het metselwerk.
  • Platstuk
    Aftimmering op de overgang tussen kozijn en stucwerk.
  • Poer
    Vierkante betonnen of stenen steun onder lange liggers of dragers zodat deze niet doorbuigen; wordt ook toegepast om een kolom meer draagvlak te geven. Poer Poer
  • Portaal
    Stalen constructie die wordt aangebracht in een te maken wandopening en die dient om het bovenliggend metselwerk etc. op te vangen.
  • Pui
    Een pui is het onderste gedeelte van een gevel. De pui heeft vaak een afwijkend ontwerp of afwijkend materiaalgebruik dan de rest van de gevel.  
  • r

  • Raveling
    Constructie met balken of liggers om een opening in vloer of dak, waardoor balken of liggers die daarvoor worden doorgezaagd hun sterkte niet verliezen.
  • Riolering
    PVC buizen onder het huis en aan de fundering vastgemaakt. De buizen zorgen voor de afvoer naar het hoofdriool. Riolering
  • Rollaag
    Verticaal (op zijn kant) gemetselde stenen. Soms één steen hoog., maar meestal een halve steen hoog. De rollaag wordt toegepast aan de onderzijde van de gevels en als gemetselde latei voor relatief kleine overspanning van deuren en ramen.
  • s

  • Schouw
    Open haard om hout te verbranden of afzuigkap boven gasfornuis.
  • Secreet
    Toilet buiten, boven de sloot. Secreet
  • Smuiger
    Fraai betegelde achterwand achter de schouw of stoof.
  • Snijvoeg
    Bij een snijvoeg ligt het voegwerk op de gevel en wordt de met een speciaal voegcement aangebrachte voeg aan de onder- en bovenzijde afgesneden.
  • Spant
    Houten of metalen balk die in een schuin dak van de nok naar de dakgoot loopt en waarop de gordingen en het dakbeschot met pannen of shingles wordt aangebracht.
  • Sparrenkap
    Dak constructie waarbij in de schuinte van het dak sparren (rondhout) zijn geplaatst.
  • Sponning
    Uitsparing in de lengte van een dorpel of stijl waarin een deur of raam valt zodat die buiten het kozijn steken; meestal 17 mm diep.
  • Sporenkap
    Dak constructie waarbij in de schuinte van het dak balken (sporen) geplaatst zijn.
  • Spouw
    Ruimte tussen buiten- en binnenmuren waarin bijvoorbeeld (gedeeltelijk) isolatie wordt aangebracht.
  • Spouwblad
    Benaming voor de beide wanden van een spouwmuur; onderscheiden worden: binnenspouwblad en buitenspouwblad.
  • Staalfundering
    Naar onderen verbredende plaat van beton onder de bouwmuren van een gebouw die het gewicht ervan op de onderliggende zandlaag overbrengt en verdeelt; wordt ook wel ‘plaatfundering’ genoemd (naam heeft te maken met gebruik van staalbewapening in beton). Staalfundering
  • Staart
    Langwerpige aanbouw, vast aan een stolpboerderij. Staart
  • Stand leiding
    Verticale pijp geplaatst op een rioleringsafvoer en helemaal doorlopend tot boven het dak waardoor lucht van buitenaf kan worden aangezogen als er een grote hoeveelheid water wordt afgevoerd.
  • Stijl
    Verticaal onderdeel van raam- of deurkozijn, voorzien van sponning(en) waarin de deur of het raam past en kan draaien of schuiven.
  • Stolpstel
    Kozijn met 2 ramen of deuren, scharnierend aan de zijkanten en worden gesloten door een espagnolet sluiting.
  • Stompe deur
    Binnen de sponning vallende deur.
  • Stootvoeg
    Verticale voeg tussen twee metselstenen in muurwerk.
  • Strek
    Lengte van een baksteen.
  • Strijkbint
    Vloer- en dakbalken die op een afstand van enkele centimeters parallel met voor- of achtergevel lopen; meest kwetsbare balk omdat bij onvoldoende ventilatie deze het eerst verstikt.
  • Stucplint
    Afwerking van de onderkant van het buiten metselwerk. Stucplint
  • t

  • Taatsraam
    Verticaal om een as draaiend raam te bedienen met één enkele handgreep; kan in verschillende standen worden geborgd.
  • Toog
    Gebogen afgewerkte muuropening.
  • Trapboom
    Verticale kolom van hout waaraan de treden van een trap (ook in ‘nesten’) worden vastgemaakt.
  • Trasraam
    Onderste deel van een gevelpartij, vanaf fundering tot ca. 40 cm. boven maaiveld, dat wordt gemetseld van extra harde (dubbel gebakken) stenen om optrekkend vocht tegen te gaan. Vroeger werd hiervoor ‘trascement’ gebruikt. Trasraam
  • Tuimelraam
    Horizontaal draaiend raam.
  • Tussendorpel
    Horizontaal onderdeel tussen het bovenkozijn en onderkozijn.
  • u

  • Uilenbord
    Een uilenbord heet op z'n Fries een 'ûleboard'. Het is een driehoekig, houten bord op het dak van een boerderij. Precies op de plek waar de drie zijden van het dak van een boerderij of schuur samenkomen. Een gat waardoor kerk- en steenuilen in én uit konden vliegen. Uilenbord
  • Uitzetijzer of combisluiting
    Om een uitzetraam in een vaste stand te blokkeren. Zijn er in verschillende soorten van handmatig bediend tot elektrisch bediend. Uitzetijzer
  • Uitzetraam
    Aan bovenzijde scharnierend raam(pje) dat met een uitzetijzer in verschillende standen kan worden opengehouden; kan openstaan als het regent. Uitzetraam
  • v

  • Varkensdeurtje
    Doorgang die oorspronkelijk was bedoeld als doorgang voor varkens van en naar de stal.
  • Vergaarbak
    Bak waarin het regenwater komt vanuit de dakgoot. Vergaarbak
  • Vierkant
    In iedere stolpboerderij bevindt zich een constructie van balken en stijlen, het vierkant genaamd. Het bestaat uit twee grote jukken, de vaste gebinten. Deze ongeveer 9 meter hoge jukken worden aan elkaar verbonden door langsliggers, versterkt door schoren of swingen, de zogeheten losse gebinten. Het geheel dient om het stolpdak te dragen. Vierkant
  • Voeg
    Ondiepe ruimte tussen metselstenen in gevelpartijen die door de metselaar wordt vrijgehouden om later te worden opgevuld met voegspecie. Voegen kan op verschillende manieren gebeuren; platvol, snijvoeg, dagstreep.
  • w

  • Wapening
    Stalen versteviging in funderingsbalken of in betonvloeren.
  • Waterhol
    Lange horizontale uitsparing in de onderzijde van dorpels, waardoor aflopend regenwater niet terug naar een deur, raam of muur kan lopen.
  • Waterput
    Vroeger gebruikt om drinkwater uit te halen, tegenwoordig alleen maar voor de sier. Waterput
  • Waterslag
    Schuin aflopende en uitstekende rand van hout, steen of metaal onder een buitenraamkozijn die regenwater van de muur afleidt.
  • Windveer en waterbord
    Een windveer en een waterbord zorgen ervoor dat wind en regen niet onder de dakbedekking kunnen komen, ongeacht of deze uit riet dan wel uit dakpannen bestaat. Een windveer en waterbord hoeven niet te worden aangebracht als de gevel hoger is dan het dak. Windveer Waterbord
  • Wisselsponning
    Uitsparing in een kozijnstijl of -dorpel waarin in tegenovergestelde richting draaiende deuren of ramen vallen; één deel zit aan de binnenkant, het andere deel aan de buitenkant van stijl of dorpel.

Download hier uw brochure

Laat uw e-mailadres achter en ontvang de brochure in uw mailbox.

Download hier uw brochure

Laat uw e-mailadres achter en ontvang de brochure in uw mailbox.

Download hier uw brochure

Laat uw e-mailadres achter en ontvang de brochure in uw mailbox.

0229 540 996

Pin It on Pinterest